Jaarcursus
Westerse esoterie en Oosterse wijsheid
in samenwerking met het Origenes-instituut en de Stichting Gnosis
Nu ook in Steenwijk!!!
Programma 2012 - 2013
| I. De oudheid in het Westen | II. De grote wijzen uit het Oosten | |
|---|---|---|
| Egypte - magie - Osiris-legende – Thot Babylonië - het Gilgamesj-epos Griekenland - de grote filosofen Israël - van Adam tot Jezus |
Hindoeïsme Boeddhisme Taoïsme Jezus van Nazareth |
|
| III. Het vroege christendom | IV. Ontwikkeling van een geloof | |
| De gemeente van Jeruzalem en Paulus De evangeliën De gnostiek in de eerste eeuwen |
De Kelten en het Ierse christendom De grote concilies |
|
| V. Baanbrekende inzichten | VI. De Middeleeuwen | |
| Hermes in de oudheid Hermes Trismegistus - teksten |
De Islam Hermes in Middeleeuwen en scholastiek |
|
| VII. Op weg naar de Renaissance | VIII. Spirituele stromingen | |
|
Mystiek Kabbala Hermes en de Reniassance Alchemie en heelkunde - Paracelsus |
Rozenkruis en vrijmetselarij |
|
| IX. Een nieuwe tijd | X. De twintigste eeuw | |
| De theosofie van H.P.Blavatsky Theosofie na Blavatsky, Krishnamurti Esoterische bewegingen en orden Rudolf Steiner |
Moderne rozenkruisbewegingen Soefisme en nieuwetijdsbewegingen |
Praktische informatie
Plaatsen:
Zeist: Walkartgemeenschap, Kerkweg 21-23, (eigen parkeergelegenheid).
Steenwijk: Buitengoed Fredeshiem, Eiderberg 2, 8346 KJ De Bult (net buiten Steenwijk)
Data Zeist: op de vrijdagen: 2012: 7 14 21 29 september; 5 12 26 oktober; 2 9 16 23 30 november; 7 14 21 december. 2013: 11 18 25 januari; 1 8 februari.
Tijden: van 10.30 tot 16.00 uur
Data Steenwijk: op de woensdagen: 2012: 3 10 17 31 oktober; 7 14 21 28 november; 12 19 december; 2013: 9 16 23 30 januari; 6 13 februari; 6 13 20 27 maart
Tijden: van 14.00 tot 21.00 uur
De cursus wordt gegeven door dr. John van Schaik en drs. Jacob Slavenburg.
John van Schaik studeerde middeleeuwse mystiek en promoveerde op het godsbeeld van de manicheeers en de katharen. Hij is directeur van het Origenes-Instituut en hoofredacteur van Bres, tijdschrift voor religie, wetenschap en gnosis. Hij heeft vele publicaties op zijn naam staan over het esoterische christendom.
Jacob Slavenburg is auteur van vele boeken over het vroege christendom, de hermetische traditie, gnosis en esoterie. Hij is mede-vertaler van de Nag Hammadi-geschriften en redacteur van Het Grote Boek der Apokriefen.
Kosten: De totale kosten van deelname bedragen voor Zeist: €1950,- incl. koffie & thee; voor Steenwijk: €1950,- incl. koffie & thee en diner. Bij een aanbetaling van €250,- op rekeningnummer 21.21.72.247 van het Origenes-Instituut onder vermelding van ‘WWZeist’ of 'WWSteenwijk' bent u ingeschreven. Gespreide betaling is mogelijk.
Bij inschrijving vóór 1 maart geniet u 10% korting op het totaalbedrag.
Aanmelden kunt u per email: origenes-instituut@wanadoo.nl of via deze website (klik op aanmelden)
Voor verdere informatie kunt u terecht bij het Origenes-Instituut, www.origenes-instituut.nl, Tel. 030 - 699 05 86.
Opzet van de cursus
De cursus bestaat uit tien blokken waarin het onderwerp Westerse esoterie en Oosterse wijsheid in chronologische volgorde wordt uitgediept.
Ieder blok bestaat uit vier dagdelen waarin een bepaald tijdvak besproken wordt.
I. De oudheid in het Westen:
Ooit was er een tijd dat er nog geen schrift bestond. Verhalen werden mondeling doorgegeven en men verstond en begreep elkaar in de taal van het symbool. De kosmos was een godenwereld en de mens leefde daarmee in harmonie. Aansprekende voorbeelden daarvan zijn de oude culturen van Egypte en Mesopotamië. In de cursus wordt aandacht besteed aan de kosmologische opvattingen, de magische levensinstelling. Aan de orde komen onder meer de grote mythe van Isis en Osiris in Egypte en het Gilgamesj-epos in Babylonië.
Griekse wijsgeren als Pythagoras en Plato bezochten Egypte en werden daar, volgens bronnen, in tempels ingewijd in de (esoterische) geheimen van God, kosmos en mens. Het Griekse inclusieve denken is één van de wortels van onze cultuur. Aan de orde komen onder meer grootheden als Pythagoras (‘de harmonie der sferen’), Heraclitus en de Logos-leer en Plato met de verhelderende grot-mythe.
Een tweede wortel van de Westerse cultuur ligt in de joodse en christelijke openbaring. Het oude jodendom behelst meer dan wat op te maken is uit het Oude Testament alleen. Zo zullen we ook aandacht schenken aan de mystieke kant van het jodendom, dat een grote invloed heeft gehad op het religieuze denken.
II. De grote wijzen uit het Oosten:
De vedische wijsheid uit het Oosten gaat zeer ver terug, zeker tot de 12e eeuw voor onze jaartelling. De oudste dragers van deze wereldbeschouwing waren geïnspireerde dichters, die vanuit hun intuïtief bewustzijn verbanden zagen achter de zichtbare verschijnselen van deze wereld. Zij poogden het wezen van de dingen in hun kern te begrijpen. Zij ervoeren de goddelijke aanwezigheid in alles dat bestaat. Ze voelden zich ook onderdeel van de eeuwige kringloop van geboorte en wedergeboorte, het rad van samsara. De Boeddha wees in de ‘vier edele waarheden’ de weg om aan dat rad te ontsnappen en het achtvoudige pad naar het nirwana in te slaan.
Dat doet, met andere woorden, ook Lao Tze in de Tao Te Tjing. Het Tao stroomt overal. Meegaan in deze stroom is opgaan in een harmonie waarin dingen op hun plaats vallen en mens en wereld met elkaar in evenwicht blijven.
Op de grens tussen Oost en West wordt Jezus van Nazareth geboren. In het vroegste christendom zag men hem als een profeet en wijsheidsleraar. Was deze ‘Zoon des Mensen’ ook de ‘Zoon van God’?
III. Het vroege christendom:
In de cursus maken we kennis met het vroegste, deels onbekende, christendom, het zogenaamde joodse christendom. Daar leefden heel andere opvattingen over Jezus dan de latere theologie in dogma’s en leergezag heeft vastgelegd. Door de jongste ontdekkingen en inzichten wordt ook de historische Jezus steeds zichtbaarder.
De brieven van Paulus behoren tot de oudste christelijke bronnen. Paulus bleek een bevlogen prediker, geen theoloog in moderne zin. Aan hem zijn leerstellingen toegeschreven die we kritisch zullen toetsen aan andere bronnen.
De evangeliën zijn, in de staat zoals wij die kennen, opgetekend na de val van Jeruzalem (dus na 70 na Chr.). De evangelisten maakten echter gebruik van oudere bronnen. Welke bronnen en hoe deze zich verhouden tot de brieven van Paulus en het geloof van de oergemeente van Jeruzalem, diepen we in deze cursus verder uit.
Alhoewel de gnostiek vaak als een tweede-eeuws verschijnsel wordt gezien, vinden we haar wortels al in de eerste eeuw. Aandacht zal besteed worden aan de meest kleurrijke figuur in dit tijdvak, Simon de Tovenaar en diens vrouw Helena.
In de tweede eeuw bloeit de gnostiek. Naast de orthodoxie is het de belangrijkste en omvangrijkste stroming in het jonge christendom. Mede dankzij de ontdekking van de Nag Hammadi-geschriften zijn we over deze levensader beter geïnformeerd.
De gnostiek wordt aan het eind van de tweede eeuw steeds meer als een dwaalleer afgeschilderd. Er ontwikkelt zich allengs een richtingenstrijd. Kerkvaders schrijven lijvige boekwerken tegen de opvattingen van de ‘ketterse’ gnostici.
IV. Ontwikkeling van een geloof:
Onder de Romeinse keizer Constantijn de Grote komt het christendom bovengronds. Christenen worden niet meer vervolgd. In 325 na Chr. roept deze keizer het eerste oecumenische concilie bij elkaar. Vele concilies volgen nog, waarin de geloofsleer steeds meer gestalte krijgt. Afwijking van de nieuw gevormde leer wordt steeds harder bestreden. Kerkvaders als Augustinus en Hieronymus bepalen voor eeuwen het gezicht van de kerk.
In Ierland vestigde zich het christendom op Keltische bodem en kende daarom een andere kleur dan het Romeinse christendom. Het leverde vormen van spiritualiteit op die niet altijd door Rome in dank werden afgenomen.
Weinig bekend is dat er ooit een bloeiende gnostische wereldkerk heeft bestaan, waarvan zelfs Augustinus nog toehoorder is geweest. Het was de profeet Mani die aan het begin van deze beweging stond. De invloed hiervan kan moeilijk overschat worden. Nog steeds worden belangrijke geschriften van deze uiterst vredelievende beweging gevonden. Hiermee zullen de cursisten ook kennismaken.
V. Baanbrekende inzichten:
In naam van de legendarisch mythische gestalte Hermes Trismegistus zagen in de eerste eeuwen veel wijsheidsgeschriften het licht. De invloed daarvan op onze cultuur is niet te onderschatten. De wortels van Hermes liggen in Egypte, maar zijn wijsheid overspoelt geheel Europa tot op de dag van vandaag.
Kerkvaders als Augustinus en Hieronymus bepalen voor eeuwen het gezicht van de kerk. Een boeiende geschiedenis.
Een sterke ontwikkeling kent ook de filosofie. Vooral het neo-platonisme, deels beïnvloed door het hermetisme, wint veel terrein. Invloeden daarvan zijn ook bij kerkvaders als Augustinus terug te vinden. Augustinus leefde in een tijd dat het Romeinse Rijk afbrokkelde en uit elkaar viel. Het tijdperk van de Middeleeuwen vangt aan.
VI. De Middeleeuwen:
Vanuit een later perspectief heeft men het over de ‘duistere middeleeuwen’ (the Dark Ages). Dat dit beeld correctie behoeft, blijkt wel uit de uitingen van intens beleefde religiositeit.
Daar was natuurlijk allereerst Mohammed, de grondlegger van de Islam. Door eenzijdige informatie zijn over deze religie veel misverstanden ontstaan. In de jaarcursus wordt aandacht besteed aan wording en ontwikkeling van deze wereldreligie met haar uiterlijke zijde én haar innerlijke mystieke kant.
We zullen in deze cursus vooral wat langer stilstaan bij de Katharen, gnostici die hun opvattingen met vervolging en soms met de dood moesten bekopen. We zullen deze beweging bezien vanuit het historisch perspectief, vrij van vooroordelen van kerk enerzijds en neo-kathaarse romantici anderzijds.
In dezelfde tijd bloeiden de ‘irrationele’ graal-legenden op, getuigenissen van de queeste naar het innerlijk van de zoeker.
Buitengewoon interessant zijn de grote filosofisch-religieuze stromingen die de Middeleeuwen kleuren, vooral de scholastiek als Aristoteliaanse erfenis. Maar ook Hermes drukt zijn gelaat aan het venster.
VII. Op weg naar de Renaissance:
Allereerst besteden we ruim aandacht aan de opbloei van een indringende mystiek. Opvallend daarin is het vrouwelijke aandeel met bijvoorbeeld Hildegard von Bingen, Hadewijch en Mechtild van Maagdenberg. Uiteraard komen ook hun mannelijke tijdgenoten in beeld, zoals Meester Eckhart en Jan van Ruusbroec. Met de mystici Johannes van het Kruis en Theresa van Avila zijn we al in de Renaissance beland.
Was het motto van de middeleeuwse mens memento mori (gedenk te sterven), de kernspreuk van de Renaissance is carpe diem (pluk de dag). Een nieuwe dageraad breekt aan. Er worden verloren gewaande geschriften van Hermes Trismegistus gevonden en de hermetische levenshouding vormt anderhalve eeuw lang de leidende stroming op het gebied van religie, filosofie, heelkunde en vele andere terreinen. Plato wordt herontdekt en weer bestudeerd en de mystieke Kabbalah wordt geïntegreerd in de nieuwe wetenschapsopvatting. Van deze wetenschap maakt ook alchemie deel uit. Zo boven zo beneden. Een lichtend voorbeeld van de tijd van de ‘wedergeboorte’ was de arts, filosoof, theoloog en alchemist Paracelsus.
Een eeuw later valt het doek over de holistische levensvisie van de Renaissance-mens. De hermetist Giordano Bruno wordt in het jaar 1600 in Rome door de kerk levend verbrand. Een andere tijd breekt aan.
VIII. Spirituele stromingen:
Konden de Katharen nog met succes vervolgd worden, dat lukt niet meer in de tijd na 1600. Nieuwe spirituele en esoterische stromingen ontstaan, als het ware tegen de verdrukking in. De meest baanbrekende is wel de beweging van het Rozenkruis. De herkomst en de aard van deze beweging komt in de cursus uitgebreid aan de orde. We schenken aandacht aan de opzienbarende Rozenkruismanifesten en de allegorie van de alchemische bruiloft van Christiaan Rozenkruis.
Naast de rozenkruisbeweging bloeit ook de vrijmetselarij en vele andere ‘geheime’ genootschappen. Er liggen vanuit deze bewegingen verbindingen met de natuurmystiek van onder meer Jakob Böhme. We zullen deze bestuderen in hun onderlinge samenhang.
In de zeventiende eeuw ontstaat een mechanisch en ontzield wereldbeeld. Alles is verklaarbaar en meetbaar in de denkwijze van de nieuwe wetenschappers. God is daarbij overbodig geworden, want alles voltrekt zich, als een grote machine, volgens mathematische patronen. Een tegenhanger van deze materialistische opvattingen vormen visionaire zieners als Swedenborg en Blake. Zij laten zien dat de buitenkant, zonder inzicht in de binnenkant, niet meer dan een schil is. De wetenschap staat op het kruispunt van twee wegen: Aufklärung of Erleuchtung.
IX. Een nieuwe tijd:
Voor een ‘nieuwe’ integrale wetenschap pleit ook ‘Madame’ Blavatsky. Alles komt uit één bron, stelt ze. In haar geschriften verbindt ze de wijsheid uit het Oosten met de oude kennis van het Westen. De door haar geïnitieerde Theosofische beweging krijgt een wereldwijde omvang. Wat deze theosofie inhoudt komt in de cursus ruimschoots aan de orde.
Uit de theosofie vloeien veel opzienbarende stromingen voort, zoals de Hermetic Order of the Golden Dawn met illustere leden als William Butler Yeats, August Strindberg, Israel Regardie, Dion Fortune en Aleister Crowley. Ook besteden we aandacht aan de door de theosofen ‘ontdekte’ wereldleraar Krishnamurti. In 1929 in het Overijsselse Ommen verklaart hij moedig wars te zijn van volgelingen.
Ook Rudolf Steiner is aanvankelijk theosoof. De theosofie is sterk gericht op de oosterse spiritualiteit, waar Steiner steeds meer moeite mee krijgt. In 1913 richt hij de antroposofische beweging op waarin de nadruk ligt op de westerse esoterie. In zijn antroposofische beweging legt hij de nadruk op de ontwikkelingsgang van de westerse mens, ook op vele praktische terreinen (landbouw, onderwijs, medische zorg e.a.). Hij ontwikkelt tal van nieuwe inzichten op verschillende levensterreinen, ook op het gebied van de theologie.
X. De twintigste eeuw:
In de twintigste eeuw bloeien een aantal genootschappen op die claimen oudere wortels te hebben. We besteden aandacht aan de moderne Rozenkruisbewegingen en het verschijnsel New Age in haar veelvormigheid.
Ook de Islam kent haar esoterische kant, het soefisme, met mystieke uitingen van bijvoorbeeld Rumi en de Medlava-beweging (de dansende derwisjen). Vanuit India bloeit in deze eeuw een nieuwe Soefi-beweging op die een volwaardige plaats inneemt in het religieuze spectrum.
De Russische esotericus Gurdjieff was ook geïnspireerd door het Soefisme. Vanuit deze beweging nam hij het enneagram mee en introduceerdedat dat in het Westen. Met zijn begaafde leerling Ouspensky zette hij het Instituut voor de Harmonische Ontwikkeling van de Mens op. Een tijdgenoot van Gudjieff was de uiterst veelzijdige Carl Gustav Jung. Als psychiater werkte hij enige tijd samen met Sigmund Freud. Hun benadering van psychologische processen liep echter steeds verder uiteen. Jung kwam met baanbrekende begrippen als archetypen, synchroniciteit, animus en anima, introversie en extraversie. In zijn latere leven raakte hij steeds meer geboeid door de alchemie. Minder bekend zijn diens opvattingen over religie en theologie die als een rode draad door zijn leven lopen. Zijn naam leeft onder andere voort in de Jung-Codex, onderdeel van de Nag Hammadi-geschriften. Met de plaats in wetenschap en spiritualiteit van deze geschriften - en andere recente vondsten - sluiten we de cursus af.