Het Verguisde Christendom


| | |

het_verguisde_christendom_thumb-230x150

Het Verguisde Christendom

Oorsprong en teloorgang van de vroegste ‘kerk’.

Beschrijving

Er zijn heel weinig boeken geschreven over het vroegste christendom uit de allereerste tijd, nog voor het ontstaan van de bijbelse evangeliën. Dit komt mede omdat er weinig bronnen uit die periode leken te bestaan. Bij velen bestaat daardoor het onterechte beeld van een zich van aanvang af harmonisch ontwikkelende wereldkerk.
Historicus Jacob Slavenburg toont aan de hand van uitputtend bronnenonderzoek aan dat dit een vals beeld is. Er is praktisch geen enkele overeenkomst tussen de kerken van vandaag en de vroegste christelijke gemeenten. De ‘oudste’ christenen zouden zich op geen enkele wijze in de kerkdiensten van vandaag herkennen. Een vastomlijnde theologie was niet aanwezig. Een duidelijke geloofsleer ontbrak. Van een canon en een vaste hiërarchie was nog geen sprake.
De auteur legt een fascinerend beeld bloot van de oergemeente voor de val van Jeruzalem. Opvallend daarin is vooral de gestalte van Jacobus, een broer van Jezus, die niet alleen de onbetwiste leider van de Jeruzalemse gemeente was, maar ook de spiritueel leidsman van de gezamenlijke gemeenten. Zo waren Paulus en Petrus hem verantwoording schuldig.
Al in het vroegste begin waren er echter spanningen tussen Grieks sprekende en Aramees sprekende christelijke joden; en later ook tussen christenen uit de ‘heidenen’ en christenen uit de joden. Jezus werd door velen in het vroegste christendom gezien als de goddelijke leraar die ‘achter de wet’ Gods ware bedoelingen onthulde. Daarbij heeft hij, volgens de auteur, nooit een ‘leergezag’ uitgedragen, doch een weg gewezen. Zijn eerste volgelingen werden dan ook ‘mensen van de Weg’ genoemd. De ‘ethiek’ van Jezus werd als een wegwijzer naar het Koninkrijk gezien.
Slavenburg laat zien dat de ‘logia-bron’ (de uitspraken van Jezus – opgenomen als appendix in het boek) van groot belang is geweest voor de ontwikkeling van de jonge gemeente. Een uiterst belangwekkende publicatie!

Boek recensies

In Het verguisde christendom gaat Jacob Slavenburg op zoek naar de oorsprong en teloorgang van de vroegste kerk. Die vroegste kerk was die na Jezus’ dood ontstond en tot aan de verwoesting van Jeruzalem bestond. Van 30 tot 70 na Chr..
verguisde-christendomHet verguisde christendom is een bewerking van Opus Posthuum, een uitgave uit 2001. In een recensie uit Trouw (3 mei 2002) stond destijds dat de auteur “als historicus geen last heeft van geloofssentimenten.” Dat dit nog steeds het geval is, blijkt uit het volgende citaat uit Het verguisde christendom:

“De tijd waarin alle uitspraken van Jezus in de nieuwtestamentische evangeliën voor waar werden aangenomen ligt ver achter ons. Er is weliswaar een, afnemend, aantal verstarde geesten dat ieder woord uit de Bijbel als onaantastbaar beschouwt – en er bijvoorbeeld nog steeds van uitgaat dat de wereld in zes fysieke dagen is geschapen- meer zijn er die gevoel hebben voor symboliek die de bijbel ons biedt.”

Door Leon Mijderwijk (zie ook www.historien.nl).


Het evangelie als roman

Jacob Slavenburg belicht opnieuw het vroege christendom. De gnosticus hoopt een zuiver beeld te geven van de tijd van Jezus.

Jacob Slavenburg is een bijzondere man. De intellectuele laatbloeier behaalde, na een tijd in het bedrijfsleven te hebben gewerkt, op zijn 43ste zijn doctoraal in de cultuurgeschiedenis. Snel daarna ontpopte hij zich als een specialist in de gnosis. Dit is voor leken een wat ingewikkeld begrip. Slavenburg (Gorinchem, 1943) probeert het op zijn eigen website uit te leggen. Gnosis (het Griekse woord voor kennis, inzicht) staat voor een weten van binnenuit. Het verwijst naar een ervaring van intense en onlosmakelijke verbondenheid met het Al.

De gnostici hebben moeite met het idee van God als afzonderlijke entiteit. Zij zoeken het goddelijke liever in de mens zelf. Van dogma’s en leergezag zijn ze afkerig.

Slavenburg publiceert het ene boek na het andere. Een rode draad in zijn studies is dat religieuze autoriteiten een vervalst beeld hebben gecreëerd van de woorden en daden van de vroegste christenen. Zo verbond Augustinus van Hippo (354-430) seksualiteit met erfzonde. De invloedrijke kerkvader sneed de band door tussen lichamelijke liefde en godsdienst. Terwijl seksuele genietingen aanvankelijk helemaal niet taboe waren.

De ‘maagdelijkheidsmanie’ van de kerkvaders leidde tot het idee dat de stichter van het christendom werd geboren uit een maagd en ongetrouwd bleef. Maar volgens Slavenburg is het heel waarschijnlijk dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena, geen prostituee, maar een ‘vrouw die het Al kent’. Zo gek was de Amerikaanse thrillerschrijver Dan Brown dan ook niet toen hij eenzelfde visie centraal stelde in De Da Vincí Code.

Voor Slavenburg is het van groot belang een goed inzicht te krijgen in de eerste christengemeenten. Daarom vertaalde hij, samen met de spirituele neerlandicus Willem Glaudemans, de Nag Hammadi-geschriften, een in 1945 in Egypte gevonden verzameling teksten uit de beginjaren van het christendom. Waaronder het Evangelie van Thomas, door de apostel opgetekende uitspraken van Jezus. De vertaling van de Nag Hammadi-geschriften werd een bestseller.

Ook in zijn nieuwe boek, Het verguisde christendom (Walburg Pers), belicht Slavenburg de tijd van Jezus. We denken deze enigszins te kennen door de vier evangelieverhalen uit het Nieuwe Testament. Maar het gaat hier niet om directe getuigenverslagen; het zijn reconstructies die stammen uit de tweede helft van de eerste eeuw. Een soort romans, zegt Slavenburg, gebaseerd op historische feiten, maar ook op legenden en verdichtsels.

De auteur vestigt de aandacht op bronnen over de periode tussen de kruisdood van Christus en de val van Jeruzalem. De Joodse volgelingen van Jezus vormden toen een gemeente die zichzelf als het ware nog moest uitvinden, met Jakobus, een broer van Jezus, als leider. Zij zagen in Jezus een profeet, die Gods bedoelingen onthulde. Van een afgeronde theologie was geen sprake. De opstanding van Jezus werd ervaren als een verschijning in visioenen, niet als lichamelijke manifestatie.

Slavenburg schrijft lang niet zo vlot als bijvoorbeeld de classicus Fik Meijer en overtuigt zeker niet in alle opzichten. Maar dat de visie op Christus van de latere kerk met haar expliciete geloofsleer flink afwijkt van de overtuigingen van de eerste christenen, maakt hij goed duidelijk.

Gerry van der List (Elsevier Spiritueel, 22 oktober 2016)

***

Recensie Biblion-Bibliotheekdienst

Cultuurhistoricus Jacob Slavenburg heeft vele boeken en artikelen over het (vroege) christendom op zijn naam staan. In deze bewerking van het boek ‘Opus posthuum’ (2001) exploreert hij in vijf hoofdstukken het vroegste christendom van voor de tijd van de evangeliën. Er waren toen nog geen vastomlijnde theologie, nog geen duidelijke gezagsstructuur en nog geen richtlijn voor bijeenkomsten. De aanvankelijk joodse gemeenschap van Jezus maakte zich steeds meer los van haar wortels. Het resultaat is een kerk waarin de allervroegste christenen zich niet zouden herkennen. Dit goede boek, geschreven door iemand die zeer thuis is in de stof, zal zowel leken als kenners aanspreken die geïnteresseerd zijn in het vroege christendom en die niet terugschrikken voor een uitleg die afwijkt van het traditionele verhaal. In de appendix heeft de auteur ‘Jezus-woorden’ opgenomen: leringen van Jezus, zowel uit bijbelse als niet-bijbelse bronnen, opgedeeld in negen thema’s. De veertig pagina’s met circa 900 (!) eindnoten maken ongeveer een zesde deel uit van het boek. Bevat overzicht van geraadpleegde bronnen, geraadpleegde literatuur, index.
J. Windmeijer

***

Het verguisde christendom
Oorsprong en teloorgang van de vroegste ‘kerk’
Jacob Slavenburg
Zutphen: WalburgPers, 2016
Herziene uitgave van Opus Posthuum.- Deventer, 2001
255 p.- ISBN 978-9462-491564 – € 19.95

Slavenburg gaat in dit boek in op het vroege christendom van ca. 30 (dood van Jezus) tot 70 nC (verwoesting van de tempel in Jeruzalem, definitieve scheiding tussen joden- en christendom). Het is geen gemakkelijk boek en de lezer moet al enigszins ingelezen zijn in het onderwerp om alle argumenten te kunnen wegen.

Aanvankelijk had ik een korte inhoud van de hoofdstukken willen geven in deze bespreking, maar ik ben er van afgestapt omdat de materie te complex is om in weinig woorden samen te vatten. Slavenburg wil denken & doen van de vroegste christelijke gemeenschap reconstrueren, maar voor deze periode kan men slechts uit weinig teksten putten. Immers de vier evangeliën zijn – gezien de periode die in dit boek onderzocht wordt – laat (tweede helft eerste eeuw). De Handelingen van de Apostelen noemt hij een “roman, die gebaseerd is op historische feiten. Maar daarnaast op legenden, pseudo-historische overleveringen en verdichtsels” (p.16). Dus een bron die zeer kritisch en met grote voorzichtigheid gebruikt moet worden, net als de andere bronnen, zoals o.a. het Evangelie van Thomas, Flavius Josephus’ werk, Paulus’ brieven, (eerste en tweede) Openbaring van Jacobus, de zgn. Jezus-woorden (zie verder)en (de vierde-eeuwse) Kerkgeschiedenis van Eusebius. Het is steeds een zoektocht naar de (vermeende) ‘diepere oer-lagen’ van deze teksten, een zoeken naar een mogelijke weergave van het doen & denken in de periode 30-70. Lezen, interpreteren, deduceren, combineren … werk van een detective uit de traditionele whodunits.

De eerste christenen waren joden (joodse christenen) die in de tempel bleven komen, maar ook wekelijks samenkwamen in woonhuizen, waar tijdens de gezamenlijke maaltijd waarschijnlijk Jezus-woorden ter inspiratie werden voorgelezen. Hoewel er wrijvingen waren tussen joodse christenen met verschillende culturele achtergronden, waren er grotere meningsverschillen tussen hen en ‘heiden-christenen’, vooral wat betreft joodse gebruiken zoals besnijdenis en het volgen van de joodse wet.

Wat hadden deze vroege christenen gemeenschappelijk? Wat geloofden ze? Uiteraard was er van een vaste kerkstructuur, liturgie of doordachte theologie (drieëenheid, maagdelijke geboorte, kruisdood & lijden, opstanding, etc.) nog geen sprake. “Charismatische gaven stonden hoog in het vaandel, in sommige gemeenten tot in de tweede eeuw toe. Van een fundamentele ongelijkheid tussen broeders en zusters is ons weinig gebleken. Profeten/profetessen hadden, naast apostelen, een belangrijk aandeel in deze bijeenkomsten. Datzelfde gold voor leraren. In de joods-christelijke gemeenten legden zij de lering van Jezus uit, in de Paulinische [‘heidense’] de Tora”, meent Slavenburg (p.179). Het merendeel van de vroeg-christelijke joden of joodse christenen zag Jezus als mens van vlees en bloed, verwekt door Jozef. Deze Jezus werd bij de doop in de Jordaan Christus (later: adoptianisme). Christus werd gezien als Kracht, die de mens Jezus weer verlaten zou hebben voor zijn dood.

In een aparte Appendix (p.187-198) gaat Slavenburg iets dieper in op de Jezus-woorden, de logia. Wetenschappers hebben uit de evangeliën en andere (apocriefe) bronnen (zoals het Evangelie van Thomas) de letterlijke uitspraken van Jezus trachten te distilleren en te ontdoen van de verhalende context. Uiteraard heerst er onder wetenschappers geen consensus over welke uitspraken wel of juist niet tot de logia zouden kunnen behoren, maar Slavenburg geeft in deze appendix wel een mooi overzicht (geen streven naar volledigheid).

Het notenapparaat (p.199-240) is uitgebreid (906 noten). De geraadpleegde bronnen en literatuur (p.243-250) en de alfabetische index (p.251-255) besluiten dit boek.

Zoals ik al schreef, het is geen gemakkelijk boek. Maar het geeft goed weer hoe weinig we eigenlijk weten van dit vroege christendom en hoe groot de verschillen (qua ‘geloofswaarheden’, theologie, liturgie etc.) zijn met het christendom zoals we dat kennen uit de latere periode (en nu!).

De titel van dit boek heeft het over het “verguisde” christendom en over “teloorgang”, beide negatieve begrippen. Hiermee geeft de auteur blijkbaar al zijn zienswijze weer (kort door de bocht): het christendom was in het begin positief, maar is er later ‘slechter’ op geworden. Je kan het natuurlijk ook neutraler zien: dat het doen/denken van de christenen zich heeft aangepast aan de tijdgeest, is veranderd door toename van gelovigen, onderdeel werd van een ‘nieuwe’ wereld (na 313) en daardoor in een andere positie kwam en nieuwe mogelijkheden kreeg.

Hoe dan ook, het boek laat goed de complexiteit van het onderzoek en de interpretatie van de bewaard gebleven geschreven bronnen zien. Voor de geïnteresseerde leek is dit boek zeker een mooi uitgangspunt om verder te vorsen en te lezen, omdat Slavenburg ook interpretaties van andere wetenschappers en theologen in zijn uitgebreide notenapparaat aanhaalt.

Kortom, een boek dat je stof tot nadenken blijft geven!

© Drs. A. van Wiechen conens & van wiechen

**************

Boekbespreking: Jacob Slavenburg: Het verguisde christendom. Walburg Pers, paperback/e-book, 256 pagina’s, € 19,95/€ 9,99
door Satyamo Uyldert in De Kaarsvlam:

In dit boek over de ‘oorsprong en teloorgang van de vroegste kerk’ neemt cultuurhistoricus Slavenburg ons mee naar de prilste ontwikkelingen van het christendom, die plaatsvonden tussen het sterven van Jezus, waarschijnlijk in het jaar 30 n.Chr. en de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in 70 n.Chr. In hoeverre lijken de huidige christelijke kerken op die vroegste christelijke gemeenten? In uitputtend bronnenonderzoek – het degelijke boek telt maar liefst 166 referenties en 906 eindnoten – laat de auteur zien dat er praktisch geen enkele overeenkomst is.
Het eerste hoofdstuk Een omstreden geschiedenis herinnert ons eraan dat de eerste christenen joden waren. Paulus, die Jezus zelf nooit ontmoet heeft, reisde de wereld af en voelde zich geroepen om heidenen te bekeren, en een van de eerste meningsverschillen ging over het al dan niet verplichte besnijden van deze ‘heidense christenen’. Hierover kon gelukkig een ‘herenakkoord’ worden gesloten met de thuisbasis in Jeruzalem waar Jezus’ broer Jacobus – wiens 0penbaringen gevonden zijn in de Nag Hammadi-geschriften – de leiding had en aan wie mensen als Petrus en Paulus verantwoording schuldig waren.
In het tweede hoofdstuk Het meest oorspronkelijke christendom? lezen we onder andere dat volgens de oudste tradities Jezus niet uit een maagd werd geboren, maar dat sprake was van een natuurlijk vaderschap van Jozef. Slavenburg reconstrueert hier een joods-christelijke theologie: God is één en ondeelbaar, uit God vloeien Heilige Geest en Christus voort, Heilige Geest geldt als kracht van God, Christus is een pre-existente kracht die nog niet met Jezus verbonden is, Jezus bracht deze kracht naar de aarde bij de doop in de Jordaan, deze kracht kan zich in ieder ‘gelovig’ mens ontplooien en daarvoor dient de Wet zo goed als mogelijk nageleefd te worden.
Het derde hoofdstuk Een aangeschoten apostel is gewijd aan Paulus die het niet zozeer over Jezus heeft maar meer over Christus als een goddelijke kracht. We maken kennis met de gemeenschappen rond Paulus en zien hoe hij de grondlegger was van het avondmaal, de eucharistie die indertijd ook ‘liefdesmaaltijd’ werd genoemd. We lezen hoe de geloofsbelijdenis ontstaat. Het is twijfelachtig of Paulus de gnostici bestreed, zoals vaak wordt aangenomen. Gnostiek werd immers vaak als ketterij beschouwd omdat het met zijn dualisme niet alleen in een Goede God geloofde maar ook in een boze god.
Jezus, Christus, Christus Jezus en Jezus Christus is de titel van het vierde hoofdstuk, waarin nader ingegaan wordt op het realiteitsgehalte van de geboorte, doop en opstanding van Jezus. Over de laatste blijkt weinig tot niets erop te wijzen dat deze als een lichamelijke opstand beleden werd. Jezus noemde zichzelf nooit ‘messias’ of ‘Christus’ maar wel ‘Zoon’, ‘Zoon des mensen’ en ‘Zoon van de Vader’. Jezus wilde een ‘ecclesia’ stichten, wat onterecht als ‘kerk’ werd vertaald. ‘Ook de later weergegeven organisatie van Jezus als kerkleider met de apostelen als raad van bestuur mist iedere authenticiteit,’ concludeert de auteur (p. 123). Hij komt ook tot de slotsom dat het Koninkrijk waarover Jezus vaak sprak slaat op het totaalbewustzijn van de verbinding met ‘de Vader’.
In het vijfde hoofdstuk Eenheid en verscheidenheid lezen we hoe de functies van apostelen, leraren en profeten nogal eens door elkaar liepen in de eerste ecclesia, waar de bijeenkomsten waarschijnlijk altijd begonnen met het lezen van ‘logia’ of Jezuswoorden, ook de minder bekende die we vinden in de apocrieven, oude bijbelhandschriften en bij kerkvaders. Twee bevindingen van Slavenburg zijn dat er een gigantische kloof is tussen het latere christendom en de vroegste gemeenschappen, en dat de logia van groot belang zijn voor het inzicht in het ‘geloof’ van de jonge gemeenten. En volgens de auteur moet de door Jezus uitgedragen gedachte dat het Koninkrijk in het hier en nu realiseerbaar is een grote impact op de eerste christenen hebben gehad.
Het boek besluit met een selectie van de logia over ‘Houden aan de wet’, ‘Volgen van andere geboden’, ‘Zoeken, vinden en zich verheugen’, ‘Bewust worden’, ‘Zichzelf leren kennen’, ‘Leeg maken’, ‘Wedergeboren worden’, ‘Tot een maken’ en ‘Ingaan in het koninkrijk’. Waarbij het je na lezing achterlaat met het besef dat de leringen en praktijken van de huidige kerken weinig tot niets meer te maken hebben met de oorspronkelijke Jezus of Christus.

Boek bestellen

Het Verguisde Christendom
Jacob Slavenburg

ISBN 9789057304859
Bindwijze: Genaaid gebrocheerd
Aantal pagina’s: 256
Afmetingen: 15,0 x 23,0
Gewicht: 1 kg

 

Bestel het boek bij Walburg Pers, Zutphen, 2016 of via Bol.com

Eén reactie


  • thea Rieff

    wat u hierbij beschrijft, heb ik ongeweten als kind al gevoeld dat wat er in de kerk, gezegd werd niet klopte op een of andere manier.

    een soort van eigenwijsheid van een kind, waar ik niets mee kon natuurlijk, maar toch wat u beschrijft verwondert me niet. ik wil dit boek graag lezen.
    vriendelijke groet Thea

    oktober 05, 2016

Laat een reactie achter


Naam*

Email (wordt niet gepubliceerd)*

Website

Uw reactie*

Verzend reactie