Profiel


Jacob Slavenburg (Foto: Peter Beemsterboer)

Studie

Ik ben geboren in Gorinchem in de zomer van 1943. Ik ben al vroeg gaan werken in het bedrijfsleven en heb op latere leeftijd mijn studie weer opgenomen. In 1986 behaalde ik mijn doctoraal in de cultuurgeschiedenis. Tijdens mijn studie godsdienstgeschiedenis kwam ik in aanraking met de spectaculaire vondst bij Nag Hammadi uit 1945 die eind zeventiger jaren bekend werd door een eerste integrale vertaling in het Engels. Ik studeerde af in de ‘Gnostica’ (zoals mijn bul het letterlijk aangeeft) bij professor Roelof van den Broek, de opvolger van de legendarische professor Gilles Quispel.

Auteursschap

Ik zette mijn baan in het bedrijfsleven om in een agentschap om tijd en gelegenheid te hebben me verder te verdiepen in de Gnosis. Zelf niet kerkelijk grootgebracht beroerde de Gnosis de vezels van mijn ziel. Vooral de visie op de man uit Nazareth, die mij altijd heeft geïntrigeerd, sprak mij aan. Vanaf mijn vroegste jeugd heb ik een weten gehad dat de geschiedenis zich anders heeft voorgedaan dan wat ik er op school over leerde en wat ik in kerkelijke milieus daarover vernam.

Ik begon over de Gnosis te schrijven. In 1989 verscheen mijn eerste boek De geheime woorden, over de geschiedenis van de Gnosis. Het boek kende vijf drukken, iets waar ik toen zelfs niet van kon dromen. Na dit debuut volgde in rap tempo een aantal andere boeken, studies, artikelen en interviews.

Nag Hammadi

Voor mijn boek De geheime woorden vertaalde ik passages uit Nag Hammadi-teksten uit Engelse, Duitse en Franse uitgaven. Steeds meer groeide mijn overtuiging dat deze bijzondere geschriften ook integraal in het Nederlands te lezen zouden moeten zijn. Voor De verborgen leringen van Jezus, een boek uit de Hermes-reeks die ik samen met Marcel Messing bij de uitgever Ankh Hermes had opgezet, vertaalde ik – met hulp van een goede kennis – een aantal teksten uit de Nag Hammadi-vondst als aanzet tot een integrale vertaling.

Willem Glaudemans was aangegrepen door de teksten in dit boekje. Hij bood aan samen met mij de totale Nag Hammadi-vondst in het Nederlands te vertalen. Een prestigieus project waarvoor we gehoor vonden bij uitgeverij Ankh Hermes. De koptisante Berte Hogervorst werd bereid gevonden mee te werken aan het omvangrijke project en we gingen aan de slag. Vijf mensenjaren hebben we in dat project gestopt. De samenwerking tussen Willem en mij is een bijzonder vreugdevolle aangelegenheid geweest. We hebben veel gepraat samen over de gnosis, over de teksten afzonderlijk, over vertaalproblemen en over de uitvoering. Soms waren we ‘s avonds zo moe dat we het laatste uur zaten te huilen van het lachen. Humor is een goed wapen tegen moeheid.

In 1994 kwam het eerste deel van de uitgave uit, ruim een jaar later het tweede deel. Na zeven drukken hebben Willem en ik ons nogmaals over de teksten gebogen, wat leidde tot een gereviseerde vertaling in één uitgave van 1200 pagina’s op dundrukpapier. Professor Quispel, de onbetwiste pionier op het gebied van de Gnosis in Nederland, schreef in een ‘Woord vooraf’ daarover onder meer:

Ik heb wel eens gedacht dat je Koptisch moet kennen om de 52 geschriften van Nag Hammadi te vertalen. Maar daar ben ik van teruggekomen sinds ik heb vastgesteld dat The Nag Hammadi Library in English van James Robinson koeien van fouten bevat. Dat komt omdat die vertalingen gemaakt zijn door protestantse theologen, wier denkvormen door hun dogmatische opleiding zijn beperkt. Voor deze geschriften moet je ‘the feel of Gnosis’ hebben. Die had in het verleden de theosoof G.R.S. Mead. Die heeft in onze tijd Jacob Slavenburg, samen met Willem Glaudemans verantwoordelijk voor deze uitgave.

De uitgave in één band kwam in 2004 uit en is bezig aan de vijfde druk. Een feit dat me bijzonder verheugt.

Docentschap

In de kwart eeuw van mijn schrijverschap zijn er in de pers felle polemieken gevoerd over de Gnosis en het esoterisch christendom. Vooral naar aanleiding van mijn geruchtmakende boek Valsheid in geschrifte (Walburg Pers Zutphen, inmiddels zevende druk), over de veranderingen en ‘aanpassingen’ van bijbelteksten in de eerste eeuwen van het christendom. De laatste jaren is er een rust ingetreden. De toen omstreden inzichten worden door steeds meer geleerden en auteurs gedeeld.

Naast mijn schrijverschap ben ik als docent verbonden aan diverse instellingen, waaronder het Jungiaans Instituut in Nijmegen, de Academie voor Geesteswetenschappen in Utrecht en de Academie Integrale Menswetenschappen te Utrecht. Jaarlijks geef ik een 12 en 24-delige avondcursus over ‘Een reis langs de mysteriën; gnosis en esoterie’.